Op een familiedag schuift een opa zijn stoel wat dichterbij, kijkt naar zijn kleindochter en zegt grinnikend: “Zo’n mooie meid, die gaat later harten breken.” Er wordt gelachen, iemand tikt met een vork tegen een glas, het gesprek rolt alweer verder. Toch blijft die ene zin hangen, als een zachte echo onder het geroezemoes. Het klinkt vriendelijk, bijna vertederd. En tegelijk schuift er iets scheef, iets wat niemand hardop benoemt maar waar steeds meer ouders hun schouders bij voelen verstrakken.
De zondagse visite en de kleine zinnetjes die blijven plakken
De setting is vaak hetzelfde: koffie in dikke mokken, een schaal koekjes, een kleuter die met een autootje over de rand van de tafel rijdt. Tussen verhalen over pensioen, hypotheken en het weer komen de opmerkingen over de kinderen als vanzelf.
Ze zijn kort, warm bedoeld, soms met een grapje erachter. Toch hoor je, als je iets beter luistert, een hele generatiegeschiedenis meeklinken. In die luchtige complimenten zit een pakket aan oude normen over uiterlijk, status, gehoorzaamheid en wie een kind “hoort” te zijn.
“Wat een plaatje, die van jullie” – schoonheid als superkracht
Een peuter met plakkerige handen en een scheve staart krijgt een glimlach toegeworpen: “Wat een schoonheid, die gaat later mannen gek maken.” Iedereen vindt haar lief, dat is voelbaar. Maar de woorden schuiven haar zonder waarschuwing een rol toe: het mooie meisje, dat later begeerd zal worden.
In die ogenschijnlijk onschuldige zin wordt schoonheid een soort superkracht. Niet haar fantasie, niet haar humor, niet haar koppige doorzettingsvermogen, maar haar gezichtje wordt het middelpunt. Alsof haar toekomst vooral wordt verteld in termen van aantrekkelijkheid en romantische aandacht.
Terwijl ze nog leert hoe je een rietje gebruikt, wordt er al vooruitgelopen op haar liefdesleven. Volwassen thema’s dwarrelen zo, half-grappend, een kinderkamer binnen. Het blijft niet bij die ene opmerking; wie vaak zo wordt beschreven, leert al vroeg welke versie van zichzelf het meeste applaus krijgt.
De “ladies’ man” van drie jaar oud
Aan de andere kant van de tafel zit een jongetje in een veel te groot voetbalshirt. Hij lacht naar de serveerster en steekt trots zijn glas ranja omhoog. “Kijk hem nou,” zegt een trotse grootouder, “een echte vrouwenverslinder, helemaal zijn opa.” De volwassenen knipogen naar elkaar. Het jongetje hoort alleen zijn naam en straalt.
Het is maar een grapje, wordt gezegd. Toch geeft het een duidelijk script mee: jongens die zich open en vrolijk gedragen, zijn “stoer” omdat ze zogenaamd al met meisjes bezig zijn. Flirten en “jagen” worden bijna automatisch met jongensdingen verbonden, alsof dat de natuurlijke stand van zaken is.
Wat op de achtergrond gebeurt: gewoon vriendelijk zijn verandert in een mini-versie van volwassen genderrollen. De boodschap is subtiel maar hardnekkig: een jongen is geslaagd als hij zich alvast als toekomstige rokkenjager gedraagt. Dat hij misschien gewoon sociaal, zorgzaam of gevoelig is, raakt zo op de achtergrond.
“Zo volwassen voor haar leeftijd” – of gewoon makkelijk in de omgang?
In een hoek van de kamer zit een meisje stil te tekenen. Ze luistert naar alles, valt niemand in de rede, ruimt haar stiften zelf op. “Die van jullie is zo volwassen voor haar leeftijd,” klinkt het waarderend. De ouders glimlachen, half trots, half twijfelend.
Soms ís een kind inderdaad opvallend wijs of empathisch. Maar vaak betekent “volwassen” in deze context vooral: ze maakt het ons makkelijk. Ze is stil, past zich aan, vraagt weinig. Ze dempt haar emoties zodat de sfeer gezellig blijft.
Voor een kind kan dat een vorm van overleven zijn. Wie vroeg leert dat een “goed” meisje rustig, meegaand en niet te luid is, kan zichzelf stukje bij beetje naar binnen draaien. De volwassenheid waarover gepraat wordt, is dan minder kracht en meer aanpassing. Een soort emotionele huisplant: aanwezig, netjes, niet lastig.
“Zo slim, die wordt later dokter” – slim zijn als toegangsbewijs tot status
Op de bank ligt een jongen geconcentreerd over een bouwpakket gebogen. Opa kijkt even toe, knikt goedkeurend en zegt: “Zo slim, die wordt later vast arts of advocaat.” De kamer lacht om het toekomstbeeld. Het klinkt ambitieus, stimulerend bijna.
Toch staat in die ene zin een hele waardeladder verborgen. Intelligentie is niet zomaar iets moois aan een kind, het moet zich vertalen naar een prestigieus beroep. Slim zijn is pas echt iets waard als het leidt tot status, een hoge opleiding, een indrukwekkend visitekaartje.
Een kind wordt zo al snel geen persoon, maar een project. Een dromerige uitvinder, een creatief maker, een zorgzame begeleider – ze vallen buiten het romantische plaatje van “dokter of advocaat”. De onderliggende boodschap: je bent vooral waardevol als je later iets wordt waar anderen mee kunnen pronken.
Het brave kind dat nergens om vraagt
“Wat is zij toch een goed meisje, je hoort haar niet.” De zin wordt uitgesproken terwijl het kind braaf aan tafel blijft zitten, niet morrend, niet klimmend, niet vragend. In veel woonkamers klinkt dit als het ultieme compliment.
Goed betekent hier: gehoorzaam, niet drammerig, weinig emoties zichtbaar, liefst al een beetje volwassen in haar gedrag. Een kind dat geen onrust veroorzaakt, wordt geprezen als voorbeeldig. Maar kinderen die duidelijk “nee” zeggen, protesteren of huilen, worden sneller gezien als lastig.
Zo wordt gehoorzaamheid het hoogste goed. Niet nieuwsgierigheid, niet het vermogen grenzen aan te geven, niet de moed om het oneens te zijn. Veel volwassenen herkennen later precies dat patroon in zichzelf: altijd aardig willen zijn, conflicten vermijden, maar ondertussen uitgeput raken.
“Niet zoals kinderen van nu” – het kleinkind als bewijsstuk
Sommige complimenten draaien niet eens echt om het kind, maar om alles eromheen. “Hij is tenminste nog een harde werker, niet zoals kinderen van nu.” De opmerking valt vaak met een zucht over “schermpjes” en “de jeugd tegenwoordig”.
In dat ene zinnetje wordt het kind een symbool van vroeger. Werkt hij hard, dan bevestigt hij dat “onze manier” de juiste was. Is hij dromerig, gevoelig of snel overprikkeld, dan past hij ineens in het plaatje van een verwende generatie.
Complimenten die andere kinderen naar beneden drukken, maken van waardering een competitiespel. Het eigen kleinkind blinkt niet zomaar uit, het staat boven anderen. Zo raken kinderen gewend aan een wereld waarin je waarde vooral wordt gemeten langs de meetlat van vergelijking.
“Ze heeft mijn benen, arm schaap” – het lichaam als publiek domein
Aan het zwembad, op vakantie, fluistert een oma half-grappend: “Die krijgt later met hetzelfde gewicht te kampen als ik, arm ding.” Er wordt gegniffeld, soms wordt het zelfs als luchtig bedoeld advies verpakt. Het kind speelt verder, maar oren registreren meer dan volwassenen denken.
Lichaam, gewicht, bouw: het wordt terloops besproken alsof het vanzelfsprekend gespreksonderwerp is. Alsof een kinderlijf alvast beoordeeld mag worden op toekomstig slank-zijn of op de vraag of het “binnen de perken” kan blijven.
Met elke opmerking leert een kind dat het lichaam iets is dat bekeken, vergeleken, gewogen wordt. Dat anderen dat ook mogen doen, ongeacht leeftijd. De kamer wordt zo een ruimte waar lichamen niet gewoon mogen bestaan, maar voortdurend onderwerp van commentaar zijn.
Hoe woorden oude normen doorgeven zonder dat iemand het merkt
Veel van deze uitspraken zijn niet kwaad bedoeld. Ze komen voort uit een tijd waarin succes gelijkstond aan status, waarin meisjes beloond werden voor braafheid en jongens voor bravoure. Die logica zit diep in de taal van wie daarmee is opgegroeid.
Toch sijpelen via precies die luchtige opmerkingen verouderde verwachtingen de toekomst in. Een kind leert al jong wat er wordt gevierd: schoonheid, gehoorzaamheid, carrièrepotentie, stoerheid, hard werken zonder klagen. De rest blijft onzichtbaar, of wordt zelfs weggezet als probleem.
Taal fungeert daarbij als kompas. Waarover wordt gelachen? Wat wordt bewonderd? Wat wordt vergoelijkt als “zo zijn jongens nu eenmaal”? In die details ontstaat een beeld van wat het betekent om goed, sterk, aantrekkelijk, succesvol te zijn.
Andere complimenten, ander soort vrijheid
Het interessante is: er hoeft niet nadrukkelijk met normen te worden gestrooid om toch iets positiefs door te geven. Een kind dat wordt gezien om zijn nieuwsgierigheid, zijn gevoel voor humor, zijn doorzettingsvermogen of zijn vriendelijkheid, krijgt een heel andere spiegel aangereikt.
Een opmerking als “zij kan zich zo verliezen in haar verhalen” zet fantasie in het licht. “Hij geeft niet op als het niet lukt” maakt volharding belangrijker dan eindresultaat. “Ze heeft zo’n warme blik voor anderen” benadrukt zorgzaamheid in plaats van braafheid.
Complimenten zonder verborgen agenda creëren ruimte. Ze leggen geen levenspad vast, ze maken geen strijd van vergelijking, ze leggen geen extra druk op uiterlijk of prestaties. Ze bieden een kind vooral één ding: de ervaring echt gezien te worden zoals het nu is, niet als toekomstig visitekaartje.
Een generatie in de spiegel van zijn kleinkinderen
Tussen de koffievlek op het tafelkleed en de kruimels van de appeltaart ontvouwt zich meer dan alleen familiegezelligheid. In het terloopse commentaar op kinderen laten oudere generaties onbewust zien welke waarden hen gevormd hebben – en welke zij, vaak ongemerkt, verder willen doorgeven.
Daar zit niets spectaculairs of dramatisch in, eerder een rustig besef. Wie luistert naar de complimenten rond de kindertafel, hoort de echo van een tijd waarin uiterlijk, status, gehoorzaamheid en competitie vanzelfsprekende richtlijnen waren. De huidige gevoeligheid voor zelfstandigheid, emotionele ruimte en diversiteit schuurt daar soms zachtjes tegenaan.
In die wrijving ontstaat iets nieuws. Niet door grote toespraken, maar door kleine verschuivingen in taal. Minder lof die aanvoelt als druk, meer woorden die aansluiten bij wie een kind werkelijk is. Zo verandert generatie op generatie de ondertoon van het gezinsleven, bijna onmerkbaar, maar toch merkbaar genoeg om later te voelen dat er iets is opgeschoven.