In een koele supermarktgang, onder het zoemende licht, valt een nieuw groen vlak op tussen de vertrouwde bruine en gouden wikkels. Geen woestijnoase meer op de verpakking, maar strakke lijnen, rijstkorrels, een vleug roze aardbei. De naam klinkt bijna als een modecollectie, niet als een reep: Tokyo Style. Wie de folie opent, ruikt iets dat tegelijk romig en kruidig is. Er wordt gefluisterd dat dit de opvolger is van de uitbundige Dubaï-chocolade, maar wat er precies verandert, zit minder in het uiterlijk dan velen denken.
Van woestijngoud naar stadslicht
Aan de keukentafel, naast een halflege koffiemok, liggen twee stukken chocolade op een snijplank. Links de dik gevulde variant met pistachecrème, rechts een bleekgroene reep met spikkels rood en beige. Het zijn twee manieren om over luxe te praten in chocoladevorm.
De afgelopen jaren stond de zogenaamde Dubaï Style symbool voor overdaad: veel vulling, zoet, vettig, glanzend. Een reep als een dessertbuffet. De nieuwe Tokyo Style schuift dat beeld een beetje opzij. Minder crème, meer spel tussen texturen en kleuren. Waar Dubaï roept, lijkt Tokyo eerder te fluisteren.
Toch gaat het om hetzelfde basisidee: chocolade als trendobject. Geen simpel tussendoortje, maar een selfie-waardig product dat een hele sfeer moet oproepen. Eerst de warme, gouden luxe van het Midden-Oosten, nu de strakke, groene verfijning die we met Japan associëren.
Witte chocolade als canvas
Leg je een stukje Tokyo Style op een wit bord, dan zie je wat de maker probeert te doen. De basis is witte chocolade: ivoorkleurig, romig, bekend. Daaroverheen trekt de groene matcha een waas, alsof iemand met een zachte kwast theepoeder heeft uitgestrooid.
Tussen dat groen duiken kleine aardbeideeltjes op, die bij het breken licht zurig ruiken. Tussen de gladdere stukken zitten korrels geroosterde genmai-rijst, hard en ongelijk, die pas hun werk doen zodra je begint te kauwen. Het resultaat voelt minder vol dan een pistachecrème, maar gevarieerder in de mond: eerst zoet en melkachtig, dan kruidig, dan knapperig.
Deze opbouw sluit aan bij de esthetiek die we vaak met Tokyo verbinden: minimalisme, heldere lijnen, een nadruk op contrast in plaats van op massa. De reep oogt “plantaardiger” door het groen en de theereferentie, al blijft de basis gewoon een mengsel van suiker, vet en melkbestanddelen. Het verschil zit vooral in hoe het eruitziet en aanvoelt.
Matcha: superfood op papier, snoep in de praktijk
In folders en op sociale media krijgt de matcha een hoofdrol. Groene thee als superheld: rijk aan antioxidanten zoals catechinen, in staat om cellen te beschermen, zo luidt het verhaal. In een dampende kom thee, zonder suiker, is dat plaatje grotendeels terecht.
Maar in een chocoladereep verandert het decor. De hoeveelheid matcha is relatief klein en zit ingebed in een zoete, vette matrix. De catechinen zijn aanwezig, maar sterk verdund door suiker, melkvet en andere ingrediënten. De diëtist die deze trend volgt, wijst er nuchter op dat de gezondheidswinst hier minimaal blijft.
De groene kleur en de associatie met een thee-ceremonie wekken de indruk van iets “beters” of “lichters”. Toch blijft dit een product uit dezelfde familie als andere witte chocolade: rijk aan calorieën, veel suiker, ruim verzadigd vet. De superfoodstatus van matcha verschuift hier naar vooral een esthetisch en marketingelement. Een accent, geen keerpunt.
Tokyo versus Dubaï: de voedingswaarde achter de sfeer
Zet de voedingsinformatie van de Tokyo Style naast die van de Dubaï Style, dan valt één ding op: de cijfers liggen dicht bij elkaar. Beide repen leveren enkele honderden kilocalorieën per verpakking. Het aandeel suiker en vet blijft aanzienlijk, ongeacht of je pistachecrème of matcha en rijst in de ingrediëntenlijst leest.
De belangrijkste scheidslijn loopt dus niet langs “gezond” of “ongezond”, maar langs smaakervaring. Dubaï staat voor zwaar, romig, nootachtig, een duidelijke “overdaad”. Tokyo kiest voor balans: zoet, maar met een fris zuurtje van aardbei en een aardser theearoma, plus een extra crunch van de rijstkorrels.
Voor wie hoopt dat de Japanse inspiratie automatisch tot een slimmere voedingskeuze leidt, is het antwoord teleurstellend eenvoudig: er is geen objectief gezonder alternatief in dit duo. Ze zijn anders, niet beter of slechter. In een eetpatroon dat al rijk is aan suiker en vet, maakt de overstap van Dubaï naar Tokyo weinig uit voor de grote lijn.
Hoe deze chocolade wél een plek kan krijgen
Aan een eettafel na het avondeten gaat de verpakking open, stukjes worden gebroken, doorgegeven. In die setting laat zich zien hoe deze repen het meest zinvol functioneren: als traktatie, niet als routine. Een paar blokjes, langzaam gegeten, terwijl het gesprek doorgaat en de rest van de maaltijd al voor verzadiging zorgde.
Voedingskundig draait het vooral om hoeveelheid en moment. Een kleine portie na een evenwichtige maaltijd – met groente, vezels en eiwitten – wordt anders verwerkt dan een halve reep die halverwege de middag uit verveling verdwijnt. Het lichaam herkent dezelfde calorieën, maar de impact op bloedsuiker, trek en totale inname verschuift.
Wie vaak en gedachteloos naar zulke repen grijpt, stapelt ongemerkt suikers en vetten op. Op langere termijn kan dat bijdragen aan gewichtstoename en een minder gunstig metabool profiel. Dat geldt voor Tokyo Style evenzeer als voor Dubaï Style. De elegante uitstraling verandert niets aan de fundamentele energiebalans.
De rol van delen en vertragen
In veel huiskamers lost een praktische truc een deel van het probleem op: delen. Een reep op tafel leggen met meerdere mensen rond je, maakt het moeilijker om ongemerkt alles zelf op te eten. Het gevoel van gezelligheid en proeven samen doet wat de verpakking soms belooft maar niet kan waarmaken: het draait de focus weer om beleving in plaats van volume.
Langzamer eten helpt ook. Een stukje laten smelten, letten op de overgang van zoet naar matcha-bitter, op de knapperigheid van de rijst. Wie proeft, eet vaak minder. In dat tempo verliest de vraag “Is dit gezonder dan die andere reep?” aan belang, en schuift een ander inzicht naar voren: het blijven extra’s bovenop de gewone voeding.
De modern ogende smaakcombinatie – witte chocolade, matcha, aardbei, geroosterde rijst – biedt vooral inspiratie voor andere toepassingen: een dessert met minder suiker, een zelfgemaakte granola met een paar kleine stukjes ertussen, of een patisserie die speelt met dezelfde tonen, maar de porties kleiner houdt. Zo sijpelt de trend door, zonder dat elke hap uit een massieve tablet hoeft te komen.
Marketing, verbeelding en het idee van luxe
Rondom deze nieuwe chocolade draait een bekend rad: foto’s van minimalistische koffiebars, keramieken kopjes, zorgvuldig opengescheurde wikkels. De boodschap is helder: Tokyo staat voor een nieuwe vorm van luxe, minder opzichtig dan de fonkelende associaties met Dubaï, maar net zo zorgvuldig opgebouwd.
De industrie schuift van gouden glans naar groene subtiliteit, zonder het basisproduct wezenlijk te veranderen. Chocolade-innovatie gaat hier vooral over stories: culturele verwijzingen, beloftes van verfijning, hints van gezondheid (“thee”, “plantaardig”) die het product omhullen als een tweede verpakking.
Daar is op zichzelf niets mis mee, zolang duidelijk blijft dat de kern hetzelfde blijft: een energierijke lekkernij, bedoeld om af en toe van te genieten. Wie dat accepteert, kan Tokyo Style zien waarvoor hij is bedoeld: een variatie op een bekend thema, niet de volgende stap in een gezondheidsrevolutie.
Een stille verschuiving, geen breuk
Aan het eind van de dag blijft het onderscheid tussen de uitbundige Dubaï-reep en de verfijnde Tokyo-variant vooral een verhaal over stijl en smaak. De ene roept beelden op van royale buffetten en pistachelagen, de andere van theeceremonies, rijstvelden en precieze snedes. In voedingskundige termen liggen ze dicht bij elkaar.
Voor consumenten die graag nieuwe dingen proberen, biedt Tokyo Style een frisse ervaring: andere textuur, ander tempo in de mond, een esthetiek die meer leunt op groen en graan dan op goud en room. Wie naar zijn gezondheid kijkt, komt uit bij dezelfde conclusie als bij elke chocolade: genieten kan, binnen een gevarieerd eetpatroon en met oog voor porties.
Tussen de supermarktrekken markeert deze nieuwe reep dus geen afscheid van oude verwennerij, maar een variant erop. Minder woestijn, meer metropool, dezelfde basisregel: het is en blijft chocolade, bedoeld om af en toe even stil bij te staan, niet om de hele dag door te laten verdwijnen.