Een plasje op de muur naast de voordeur, nog licht dampend in het ochtendlicht. Wie katten in huis heeft, kent het onrustige gevoel als die scherpe geur weer opkruipt, onverwacht en indringend. Wat is er aan de hand met een kat die zijn eigen leefruimte zo markeert, en waarom voelt het plots zo anders dan een gewoon ongelukje op het tapijt?
Schaduwjagers en grenzen in huis
In een normaal ritme beweegt de kat zich laag bij de grond, onzichtbaar gebonden aan haar eigen logica. Soms staat zij echter zelfs plots rechtop, de staart omhoog, een korte siddering langs haar rug. Een kleine hoeveelheid kattenurine wordt krachtig tegen een verticale muur verstoven. De geur is prikkelend, onvergeeflijk sterk. Er wordt niet gegraven zoals na een bezoek aan de kattenbak. Dit sproeien is geen ongeluk – het is een boodschap.
Katten zijn instinctief bezig met het bewaken van hun territorium. Zichtbare of onzichtbare indringers – een nieuwe kat in de buurt, het verschuiven van meubels, een verhuizing – kunnen deze drang plots aanwakkeren. Tegelijk blijft het onderscheid tussen sproeien en gewone onzindelijkheid belangrijk. Katten plassen bij onzindelijkheid meestal op horizontale vlakken, in grotere hoeveelheden, vaak omdat er lichamelijk iets misgaat.
De geur van spanning: stress en routine
Draait het huishouden op volle toeren, schuiven dozen door de kamer bij renovatie of is er plots een nieuwe bewoner? In zulke gevallen zoeken katten houvast in routines. Wordt deze routine verstoord, dan vertaalt dat zich soms in markeren. Sproeien is dan een signaal van stress, geen uiting van boosheid, hoe menselijk het gedrag ons ook lijkt. Zo’n signaal kan ook ontstaan bij interne spanningen: conflicten onder katten, schurende verhoudingen tussen bewoners, zelfs een dag zonder vertrouwde speeltijd.
De taal van hormonen en gezondheid
Bij niet-gesteriliseerde katten is het risico op sproeien beduidend groter. Katers die niet gecastreerd zijn verspreiden hun geur met meer hardnekkigheid, op zoek naar affectie of overwicht. Krolse poezen laten eveneens hun handtekening achter. Maar niet elk sproeigedrag komt uit het gedrag voort. Blaasproblemen, ontstekingen of pijn kunnen ertoe leiden dat katten hun bak mijden, of plots verticale oppervlakken uitzoeken voor hun behoefte. Een uitsluitsel via de dierenarts is steeds noodzakelijk.
Van geur tot herstel: aanpak in lagen
Pas na een medisch onderzoek volgt het zoeken naar oplossingen met gedrag en omgeving in beeld. Sterilisatie of castratie maakt vele katten stabieler en vermindert de hormonale prikkel tot markeren. Aanpassingen in huis: meer kattenbakken dan katten (en goed schoon), schuilplekken, uitkijkpunten. Het draait om veiligheid, overzicht, rust.
Naast deze basis zijn er hulpmiddelen. Feromonen in sprays of verdampers kunnen de sociale spanning verlichten, vooral in drukke huizen of bij veranderingen. Nauwgezet schoonmaken is essentieel: alleen enzymatische reinigers halen de geur doeltreffend weg; schrobben met bleek werkt juist averechts.
Waar meerdere katten samenleven, worden voorzieningen verdubbeld en fysieke conflicten voorkomen door katten apart rust en ruimte te bieden. Blijven de problemen ondanks alles bestaan, dan kan een kattengedragstherapeut een individueel plan opstellen, soms met medicatie, soms met kleine aanpassingen die groot verschil maken.
Langzaam verdwijnen de vlekken
Het oplossen van sproeigedrag vraagt tijd, geduld en een bereidheid routine en omgeving kritisch te bekijken. De meeste katten herstellen als onderliggende oorzaken worden aangepakt, zonder dat er sprake is van straf of isolatie. Uiteindelijk blijkt: wat eerst op wraak lijkt, is in werkelijkheid het zoeken naar rust, zekerheid en duidelijkheid. En als ochtendlicht eenmaal zonder scherpe geur door het huis trekt, voelt de ruimte direct weer anders.