Een kind kan het niet laten: de vinger glijdt bijna achteloos naar de neus. Een gewoonte die blijft, openlijk of stiekem, bij jong en oud. In de schijnbaar veilige routine schuilt echter een onverwachte kwetsbaarheid, eentje die het menselijk brein langzaam op de proef zou kunnen stellen — en waarvan de gevolgen nog nauwelijks zijn onderzocht.
Een onbekende route naar het brein
Ochtendlicht valt op de badkamertegels. Iemand kijkt gedachteloos in de spiegel, veegt snel over zijn neus, onbewust van het fragiele laagje dat binnenin beschermt tegen indringers van buitenaf. De neus vormt niet alleen een toegang tot geur, maar blijkt volgens wetenschappers ook een achterdeur te zijn richting de hersenen.
In onderzoek bij muizen ontdekten wetenschappers dat de neus geen onneembare vesting is. Wanneer het tere neusslijmvlies beschadigd raakt, blijkt het risico op binnendringende micro-organismen aanzienlijk. In het laboratorium werden muizen blootgesteld aan de bacterie Chlamydia pneumoniae. Voor deze bekende verwekker van longinfecties was een beschadigde neuswand slechts een startschot. De bacterie gebruikte de reukzenuw als snelweg en vond in minder dan drie etmalen haar weg naar het centrale zenuwstelsel.
Als bacteriën de kans krijgen
De ontdekking verraste zelfs de onderzoekers. De gevolgen bleven niet uit: bij muizen die deze neus-breinroute ondergingen, werd in het brein meer amyloïde-beta-eiwit aangetroffen. Dit eiwit, normaal betrokken bij de afweer tegen infecties, stapelde zich op in klonten die sterk lijken op de plaques gezien bij Alzheimer.
Wat dit bij mensen betekent, is nog allesbehalve duidelijk. Maar de muizengegevens suggereren dat het beschadigen van de neus — eenvoudig door te peuteren of neusharen te trekken — een onverwachte opening kan bieden voor bacteriën die normaliter worden tegengehouden. Omdat negen op de tien mensen zich aan deze gewoonte bezondigen, is het risico wijd verspreid, al blijft de vraag of hetzelfde pathofysiologisch mechanisme daadwerkelijk bij mensen optreedt.
Meer vragen dan antwoorden
Op het eerste gezicht lijkt het verband logisch, en toch zijn onderzoekers voorzichtig. Is het amyloïde-beta enkel schadelijk, of juist een hardnekkige beschermingsreactie op indringers? Niemand weet het zeker. Alzheimer is en blijft een bijzonder complexe ziekte, waarin leeftijd en genetische aanleg de hoofdrol spelen — maar waar omgevingsfactoren, hoe klein ook, mogelijk een grotere rol spelen dan lang werd aangenomen.
Daarom valt er voorlopig weinig met zekerheid te stellen. Wetenschappers roepen niet tot paniek op, maar adviseren terughoudendheid met gewoonten als neuspeuteren en het plukken van neusharen, uit voorzorg. Het zijn kleine handelingen die — zo blijkt — grote vragen kunnen oproepen over de gezondheid van het brein.
De stille wisselwerking tussen omgeving en veroudering
In het dagelijks leven worden gewoontes zelden met neurologische risico's verbonden. Toch lijkt het zinvol om stil te staan bij de onzichtbare grenzen waarmee het lichaam zich verdedigt. Onze omgang met de eigen neus, zo blijkt, is daar één van. Of en hoe deze toegangspoort naar het brein bij mensen dezelfde gevolgen heeft als bij muizen, vraagt om verder onderzoek, maar het zaad van nieuwsgierigheid is geplant.
De neus als achterdeur naar het zenuwstelsel: het klinkt als een plot uit een medisch mysterie. Maar het dagelijks leven zit vol onverwachte schakels. Elk nieuw inzicht in de routes die bacteriën nemen, brengt het ongrijpbare mysterie rond Alzheimer langzaam dichterbij. De wetenschap kijkt, voorzichtig, verder vooruit dan ooit.