Op een doordeweekse middag ligt een grote, roodharige kater languit in het zonlicht bij het raam. De haren vangen het licht op een manier die bijna vanzelfsprekend lijkt, alsof deze kleur thuishoort in de kamers waar mensen leven. Iemand glimlacht kort, zonder te zeggen waarom deze kat anders aanvoelt dan andere katten. Toch blijft iets in de lucht hangen. Wat betekent het eigenlijk, die aantrekkingskracht van zo'n rode vacht?
Een kleur die opvalt in huis
De meeste kattenliefhebbers herkennen het beeld van een roodharige kat die zich onhandig over de vloer beweegt, met een nonchalante blik die alles lijkt te relativeren. Het idee dat rode katten zich net iets vriendelijker of klungeliger gedragen, is niet zomaar ontstaan. Op sociale media circuleren dagelijks beelden waar deze indruk wordt bevestigd en telkens opnieuw gevoed. Het internet houdt deze verhalen levend.
De wetenschap biedt ondertussen een ander decor. De opvallende oranje vacht van deze dieren is geen toeval, maar het gevolg van een specifiek gen op het X-chromosoom. Wat je direct ziet, zegt echter weinig over wat je niet ziet: karakter zit immers niet letterlijk in de haren.
Het spel van genen en verwachting
Opvallend genoeg bepaalt geslacht voor een groot deel wie die warme kleur mag dragen. Bij katers leidt één enkele mutatie al tot een volledig rode jas. Vrouwtjes daarentegen hebben twee van zulke veranderingen nodig, waardoor rode katinnen zeldzaam blijven en het beeld van de rode kater des te bekender wordt. Statistisch gezien zijn deze mannetjes ongeveer drie keer zo talrijk als hun vrouwelijke tegenhanger.
Toch is het vooral de manier waarop mensen naar deze kleur kijken die bepalend wordt. Verwachtingen groeien. Wie een rode kat in huis haalt, denkt onbewust aan het stereotype: aanhankelijk, misschien wat onhandig, lief. Maar deze beelden leven vooral in onze hoofden.
Wat we denken te zien
Onderzoekers vroegen eens aan mensen om willekeurige katten karaktereigenschappen toe te dichten, puur op basis van vachtkleur. Rood werd vaak als vriendelijk gezien. Tricolore katten kregen het stempel ‘intolerant’, witte en zwart-witte katten werden afstandelijk genoemd. Over zwarte katten is er vooral verdeeldheid.
De uitkomsten laten vooral zien hoe snel perceptie het overneemt van realiteit. Serieus onderzoek naar kattengedrag vindt geen overtuigend bewijs voor het idee dat kleur karakter onthult. Toch blijven mensen het geloven en handelen er soms zelfs naar bij de keuze voor een huisdier.
Meer dan een kleur
Experts benadrukken dat aandacht voor kleur magisch kan lijken, maar dat het risico bestaat om daardoor andere, belangrijkere eigenschappen te missen. Een kat blijft een individu. De vacht zegt alles over erfelijkheid, maar weinig over hoe het dier straks door de kamer wandelt of zich op de bank nestelt. Wie zoekt naar gezelligheid of een bepaalde mensgerichtheid, vindt die niet op basis van kleur.
Cultuur stuurt de verwachtingen en verhalen, tot in de praktijk van elke huiskamer. Maar de kat zelf – rood, zwart of wit – blijft zichzelf, los van wat mensen daarin willen zien.
In het dagelijkse leven blijken rode katten uiteindelijk vooral op te vallen door wat mensen vooraf al verwachten. Wie zich niet laat meeslepen door het beeld, ontdekt achter de vacht een uniek karakter – dat geen enkele kleur kan samenvatten.