De opgravingen bij Amnya in West-Siberië onthullen dat meer dan 8.000 jaar geleden al geavanceerde fortificaties bestonden, ruim 5.000 jaar vóór de bouw van de Egyptische piramides en vóór het tijdperk van landbouwsamenlevingen. Deze ontdekking zet aan tot herziening van onze ideeën over het ontstaan van maatschappelijke complexiteit en de diepgewortelde wortels van conflict en verdediging in het menselijke verleden.
Versterkte nederzettingen: een vroegmenselijk verschijnsel
De vondsten in Amnya tonen dat de bouw van forten niet beperkt was tot landbouwvolkeren, zoals lang werd aangenomen. In de uitgestrekte taiga van West-Siberië vestigden jagers-verzamelaars zich langs de oevers van de rivier de Amnya en gaven daarmee blijk van opmerkelijke architecturale vindingrijkheid. Met houten palissades, diepe grachten en opgeworpen aarden wallen creëerden deze gemeenschappen veilige ruimtes, ver voor het ontstaan van akkerbouwdorpen elders in de wereld.
Jagers-verzamelaars als bouwmeesters
Waar men tot voor kort veronderstelde dat permanente versterkingen alleen door agrarische, gesettelde samenlevingen werden ontwikkeld, wijst Amnya op het tegendeel. De vondst bewijst dat maatschappelijke complexiteit ook mogelijk was bij mobiele groepen, gedreven door andere krachten dan landbouw. De inrichting en herhaalde wederopbouw na brand suggereren hevige conflicten, waarbij verdediging en strijd voor grondstoffen technologische en organisatorische vernieuwing aanwakkerden.
Ambacht en innovatie vóór de landbouw
In Amnya zijn zorgvuldig vervaardigde bot- en stenen werktuigen aangetroffen, essentieel voor zowel de jacht als voor de constructie van fortificaties. Het bewerken van deze materialen getuigt van geavanceerde ambachtelijke kennis. Het onderhoud en de bouw vereisten bovendien intensieve samenwerking en gecoördineerde inspanningen binnen de gemeenschap. Dit verlegt de inzichten over technologische vooruitgang buiten de grenzen van de landbouwgerichte samenlevingen.
Implicaties voor het begrip van vroege conflicten
De archeologische sporen wijzen op een paradigmawisseling in het denken over vroege menselijke samenleving. Territoriale conflicten en de noodzaak om zich te verdedigen waren reeds duizenden jaren voor het ontstaan van boerenmaatschappijen springlevend. Forten als Amnya illustreren hoe diep en breed verankerd het fenomeen conflict was, los van landbouw of permanente bewoning. De evolutionaire weg van jagers-verzamelaars blijkt dus geenszins lineair, en omvatte vormen van innovatie en sociale complexiteit die nog lang niet volledig zijn doorgrond.
Het collectief geheugen in steen en aarde
Forten als Amnya laten zich lezen als bakens van het collectief geheugen. Ze herinneren aan vroegere tijden waarin strijd en verdediging medebepalend waren voor maatschappelijke ontwikkeling, en tonen dat architecturale prestaties voortkwamen uit gedeelde noodzaak, zelfs bij ogenschijnlijk eenvoudige samenlevingen.
Het onderzoek naar Amnya maakt duidelijk dat de wortels van conflict en verdediging veel dieper teruggaan in de geschiedenis dan tot nu toe werd aangenomen. De maatschappelijke en technologische complexiteit onder jagers-verzamelaars komt daarmee centraal te staan binnen nieuwe archeologische inzichten over de prehistorie van de mens.